Economic Outlook Midden-Oosten en Noord-Afrika

Atradius nieuws

Amsterdam, 8 februari 2022 - Petrodollars nu booster voor onderontwikkelde private sector, maar fluctuerende olieprijs zorg voor de toekomst

Mede dankzij de hoge olieprijs zijn de economische vooruitzichten voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika op korte termijn gunstig. Op middellange termijn zijn de groeivooruitzichten echter minder rooskleurig en een aantal landen in de regio heeft zelfs te maken met negatieve bijwerkingen van de hoge olieprijs. De economen van Atradius delen in de Economic Outlook van februari hun verwachtingen voor de MENA-regio.

Samenvatting

Verwacht wordt dat de reële bbp-groei in de olierijke economieën van de Golf in 2022 zal versnellen tot boven de 5%, wat hoger is dan de bbp-groei van hun netto energie-importerende tegenhangers in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA). Maar ook sectoren die niet aan de olie-industrie zijn verbonden zullen profiteren van de toegenomen olie-inkomsten door de hogere olieprijs en de stijgende olieproductie. Petrodollars worden van oudsher via overheidsuitgaven, bankliquiditeit en geldovermakingen van buitenlandse werknemers naar hun thuisland geïnjecteerd in de bredere regionale economie. Dit geeft een extra impuls aan het economische herstel in MENA, terwijl coronasteunpakketten van de overheid worden afgebouwd.

De olie-upcycle verzacht ook regionale economische zwakheden, waardoor tijd wordt gewonnen voor structurele hervormingen, met name in netto energie-exporterende economieën. Zo zullen bijvoorbeeld begrotingssaldi in een aantal van de Golfstaten zoals Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar binnenkort weer een overschot vertonen, als dat niet al het geval is. De hoge olieprijs zorgt echter ook voor negatieve bijwerkingen. Voor de netto energie-importerende landen in de regio – Marokko, Jordanië, Libanon en Tunesië – drukt de hoge olieprijs op hun tekorten op de lopende rekening, die hardnekkig zijn en nog steeds grotendeels worden bepaald door de hoge rekening voor hun energie-invoer. Grote zorg is dat de olieprijs op middellange termijn zal blijven fluctueren, terwijl de economie van MENA verre van immuun is voor die golven.

Economisch gezien is de particuliere sector onderontwikkeld en niet in staat om op eigen kracht stevig door te groeien. Financieel zal de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen ervoor zorgen dat de overheids- en buitenlandse schulden blijven stijgen. Leren omgaan met de olieprijsvolatiliteit is daarom een van de belangrijkste beleidsuitdagingen voor de regio. Investeringswetten zijn vernieuwd om buitenlandse directe investeringen aan te trekken als een manier om de particuliere niet-oliesectoren te ontwikkelen. Andere inspanningen voor economische diversificatie en private sectorontwikkeling zijn ook gaande, maar die inspanningen moeten mogelijk worden verdubbeld om de regio energietransitiebestendig te maken.

Belangrijkste punten

  • Het economisch herstel van de coronacrisis in het Midden-Oosten en Noord-Afrika houdt aan in 2022. De hogere olieprijs gaat steeds meer effect hebben, de productiebeperkingen van OPEC+ worden uitgefaseerd en de investeringen in de productie van fossiele brandstoffen nemen toe, ondanks de wereldwijde energietransitie. Ondertussen blijven er in verband met het coronavirus wel neerwaartse risico’s bestaan.
  • Hogere olieopbrengsten zullen het groeimomentum in andere sectoren die niet aan olie zijn gerelateerd helpen behouden door enige speelruimte te creëren voor meer overheidsuitgaven in de landen van de Gulf Cooperation Council (GCC) en door geldovermakingen van in de GCC werkzame migranten naar hun familie in energie-importerende economieën te ondersteunen.
  • Monetaire verkrapping als gevolg van verwachte renteverhogingen in de VS zal aanvankelijk beperkt zijn in de GCC, aangezien de liquiditeit van de bankensector tegelijkertijd wordt gestimuleerd door verse petrodollars. Atradius verwacht dan ook geen grote financiële stress of massale kapitaaluitstroom in de meeste energie-importerende economieën, met uitzondering van Tunesië en Libanon.
  • De economische groeivooruitzichten op middellange termijn zijn minder rooskleurig. De private sector in de regio is onderontwikkeld en ondernemerschap wordt gefrustreerd door staatsinmenging. Ondanks initiatieven voor hervorming van de particuliere sector blijven inkomende buitenlandse directe investeringen beperkt en gericht op de traditionele olie- en gassector die veelal in staatseigendom is.
  • Nu de schokbestendigheid van de economie is uitgehold door schommelingen in de olieprijs, is het landenrisico toegenomen. De hogere olieprijs verergert momenteel de betalingsbalansdruk in Tunesië, terwijl Oman en Bahrein zonder noemenswaardige vooruitgang bij de fiscale hervormingen zullen worstelen met hun onhoudbare overheidsfinanciën bij een ​​toekomstige daling van de olieprijs.